Door: Elly Jacobusse en Sylvia Tuinder 

Het is een echte pionierssoort, de rugstreeppad, die zijn naam dankt aan een herkenbare streep over zijn rug. Het strak inrichten van het buitengebied, het verdwijnen van natte gebiedjes door drainage en het verdwijnen van landschapselementen en overhoeken spelen hem parten. Juist zo’n pioniersoort vormt een uitdaging om goed beheer te voeren en beschermingsmaatregelen te treffen. Of het effectief is, kunnen we niet direct weten. Maar zeker is dat ze een voorkeur hebben voor  landschappelijk dynamische gebieden, zandig substraat en ondiepe tijdelijke voortplantingswateren zonder dichte of opgaande beplanting. Het water mag zelfs een beetje zoutig zijn. Door in de omgeving waar het dier is gesignaleerd een biotoop aan te leggen, kunnen we kennis en ervaring opdoen om beter te kunnen beheren, natuurlijk met de vaak enthousiaste medewerking van particuliere eigenaren.    

Dalende trend

Wateren die nog nauwelijks ontwikkeld zijn lijken ecologisch gezien misschien minder waardevol, maar toch zijn er soorten die hiervan profiteren. De rugstreeppad is er daar één van. Deze pioniersoort komt verspreid in vrijwel heel Zeeland voor. Sommige locaties liggen vrij geïsoleerd.  Landelijk gezien is er echter een dalende trend te zien in de aantallen rugstreeppadden. Dit is onder meer te wijten aan voortgaande successie en verminderde dynamiek. In Zeeland ontbrak specifiek  beheer voor deze soort. De rugstreeppad is door de Provincie dan ook aangeduid als een aandachtsoort.

Voortplantingslocatie

De rugstreeppad is een soort met een geringe concurrentiekracht. Om toch te kunnen overleven zoekt deze soort locaties op die voor andere soorten minder aantrekkelijk zijn. Ten opzichte van andere soorten levert dit een concurrentievoordeel op voor de rugstreeppad.

’s Winters overwintert de rugstreeppad onder de grond en in april gaat ze op zoek naar een voortplantingslocatie. Geschikte locaties zijn ondiepe tijdelijke wateren met een zandige bodem en zo min mogelijk opgaande begroeiing. Vaak drogen deze wateren in de zomer op. Dit is enerzijds gunstig omdat er in dergelijke wateren doorgaans weinig predatoren leven. Bovendien warmt het water veel sneller op, wat de ontwikkeling van de eitjes en larven ten goede komt. Anderzijds kan het water te vroeg droogvallen, waardoor de larven niet kunnen overleven.  

Monitoring

Om een biotoop geschikt te laten blijven voor de rugstreeppad, is het van belang dat de successie tegengehouden wordt. Dit vergt echter een intensief beheer. Met behulp van provinciale subsidie heeft Stichting Landschapsbeheer Zeeland vijf locaties hersteld of nieuw ingericht als biotoop voor de rugstreeppad. Daarbij duurt het soms een hele tijd voordat de padden de nieuwe biotopen ontdekken en bezetten. Pas na enige tijd monitoren kan daarom pas worden vastgesteld hoe succesvol het project is geweest.

Dit artikel is afkomstig uit ons kwartaalblad (Nr. 1 Lente 2020).