Streekeigen zaad en plantgoed

Welke bomen en struiken kunnen we aanplanten?

Door en via de SLZ worden jaarlijks vele honderden bomen en struiken in het landschap aangeplant. Daarbij is steeds de vraag, welke soorten zijn op deze locatie passend? SLZ werkt vanuit een visie, waarbij de uitgangspunten landschap, cultuurhistorie en ecologie zijn. Landschappelijk gezien zijn er veel soorten beplantingen. Een groene gordel om een bedrijventerrein is vanzelfsprekend totaal anders dan de beplanting in een natuurgebied en daaraan zijn dan ook andere eisen te stellen. Als een soort al langere tijd in een streek aanwezig is en door mensen gebruikt wordt heeft die soort een cultuurhistorische waarde. Bij ecologische waarde kan je denken aan het behoud van zeldzame soorten struiken of bomen en het belang dat deze soorten hebben voor de biodiversiteit.

Typisch Zeeuwse beplanting

Vaak komen we in landschappelijke beplantingen soorten of variëteiten tegen die van nature eigenlijk niet in Zeeland thuishoren; de zogenaamde uitheemse planten. Ook komt het vaak voor dat soorten die hier van nature wel thuishoren met het verkeerde uitgangsmateriaal worden aangeplant.

Plantmateriaal

Streekeigen, inheems, autochtoon?

Streekeigen en/of inheems

Alle hier van nature thuishorende soorten zijn streekeigen te noemen. Verder zijn er nog enkele soorten die niet inheems zijn, maar hier al zo lang, vaak vele eeuwen, worden aangeplant op erven, dat deze ook streekeigen genoemd mogen worden. Om de Zeeuwse streekeigenheid te bevorderen promoten wij te kiezen voor streekeigen plantmateriaal. Ook veel dieren, vooral  insecten, zijn afhankelijk van inheemse soorten.

 

Autochtone herkomst

Een deel van het streekeigen plantgoed is van autochtone herkomst. Dit betekent dat het nakomelingen zijn van bomen of struiken die hier al eeuwen in het gebied groeien. Hierdoor zijn ze beter aan de plaatselijke weersomstandigheden aangepast. Bovendien bloeien ze op het juiste moment. Een Eénstijlige meidoorn afkomstig uit Italië is hier wel inheems, maar niet autochtoon. Een Eénstijlige meidoorn groeiende ergens in de Zak van Zuid-Beveland in een oude haag die ook op oude kaarten is terug te vinden, zal waarschijnlijk wel autochtoon zijn.

Goedgekeurde bedrijven:

SLZ stelt aan onderstaande bedrijven eisen waaraan het plantmateriaal moet voldoen, welke soorten geschikt zijn en controleert dit steekproefsgewijs. Hierdoor weet u zeker dat uw plantmateriaal gegarandeerd afkomstig is van een betrouwbare bron.

Voor prijzen en leveringsvoorwaarden dient u zelf contact op te nemen met één van de door ons aanbevolen bedrijven (in willekeurige volgorde) :

Het meeste plantmateriaal wordt verhandeld in de periode december tot maart.

Knotwilgen bestellen

Wilgenpoten (knotwilgen) bestellen kan rechtstreeks bij SLZ en worden door vrijwilligers bij u thuis gebracht.
Voor de levering van deze wilgenpoten vragen wij een kleine bijdrage. Als u wilgenpoten wilt ontvangen, stuur ons dan een e-mail: info@landschapsbeheerzeeland.nl met daarin uw naam, adres en het aantal gewenste wilgenpoten. In onze folder "Poot een wilg" kunt u meer informatie vinden over het daadwerkelijke aanplanten van een knotwilg. De actuele prijs kunt u vinden in ons bestelformulier "Boeren planten bomen", zie download onderaan deze pagina.

Plantperiode
Bomen en struiken kunnen het beste in de winterperiode aangeplant worden, grofweg vanaf half november tot eind februari, als het niet vriest. Dit is uiteraard ook afhankelijk van het verloop van het winterseizoen. De bomen en struiken moeten in rust zijn. Zijn er geen bladeren dan is er weinig risico op het uitdrogen. Bomen zijn wat wat gevoeliger dan bosplantsoen. Als het bosplantsoen nog niet uitgelopen is, en het is nog niet te warm kan bosplantsoen nog tot eind maart worden. Uiteraard kan er ook wel buiten de hier genoemde periode aangeplant worden. Maar houd er dan wel rekening mee dat er veel meer uitval kan zijn.

 

Advies bomen en struiken
SLZ heeft een assortimentstabel, waarin een overzicht gegeven wordt van alle bruikbare soorten. Daarbij wordt per soort de al deze aspecten beschreven en in welk type beplanting deze soorten te gebruiken zijn. Een beplanting kan heel waardevol worden als de richtlijnen uit het advies opgevolgd worden. Deze tabel en het (uitgebreide) advies kunt u inzien via onderstaande link.

 

Wat zijn goede kruidenmengsels voor vlinders en bijen (inheems zaaizaad)

Er is altijd een reden waarom de gewenste planten er nu al niet aanwezig zijn. Meestal is deze gelegen in het ongunstige beheer dat ter plaatse wordt gevoerd. Het alleen inbrengen van zaad zonder dat daarbij het beheer verbetert, heeft dan geen enkel effect. Vaak is een bodem voedselrijk en daardoor domineren ruige groeiers. Het ingebrachte zaad kan dan misschien nog wel kiemen, maar wordt daarna onmiddellijk overgroeid door de ruigere planten.

slider algemeen

Probleem oplossen

Als het probleem ligt bij het beheer (en dat is bijna altijd zo), dan helpt het alleen als eerst dat probleem wordt opgelost. Heel veel wegbermen of overhoekjes worden periodiek geklepeld, waarbij de stukgeslagen vegetatie op het terrein achterblijft. Daardoor krijgen veel bloemplanten geen kans en wordt de bodem ook nog extra verrijkt met verterende planten, waardoor de ruigere groeiers nog sterker gaan domineren. Wanneer het beheer omgevormd wordt naar een voor planten vriendelijkere vorm, krijgen de lokaal aanwezige bloemen betere kansen. Als zo’n beter beheer enkele jaren achtereen uitgevoerd wordt, kunnen veel inheemse en gewenste soorten zich vestigen. Dus alleen als het vervolgbeheer goed geregeld is, is er een kans op succes.

kaardenbol

Inheemse soorten

Zeker wanneer een doel is om een bijdrage te leveren aan het versterken van de biodiversiteit, kan het beste uitgegaan worden van natuurlijke omstandigheden. Alleen inheemse soorten en alleen soorten die in het betreffende biotoop thuis horen! Bijen benutten graag inheemse planten, vlinders hebben echt geen uitheemse soorten nodig. Exotische planten kunnen vaak nog wel benutbaar nectar hebben, maar in de meeste gevallen geen goed stuifmeel. Uitheemse soorten kunnen zelfs een flink negatief effect hebben op de inheems biodiversiteit, doordat ze inheemse soorten kunnen verdringen.

Als het beheer verbetert kunnen planten vanzelf weer terugkeren. Een deel kan zich hervestigen vanuit de zg “zaadbank”, die nog in de bodem aanwezig is, anderen kunnen uit de directe omgeving komen. Dat laatste kan doordat vogels of zoogdieren zaad kunnen transporteren, bv. aan hun vacht of via ontlasting. Wanneer uitgegaan wordt van spontane ontwikkeling van de vegetatie (dus als er geen zaad van externe bronnen ingebracht wordt) is er een hele grote kans dat de soortensamenstelling natuurlijk is en goed past bij de lokale omstandigheden, zoals bodemtype, grondwater en het beheer. Inbrengen van zaad uit externe bronnen verstoort de natuurlijke verhoudingen tussen de soorten en ook de onderlinge aantalsverhoudingen. Hoe meer er gesleept wordt met zaad, hoe minder natuurlijk en oorspronkelijk de vegetatie is.

Ongewenste verspreiding

De gezaaide soorten kunnen zich vanuit de uitzaailocatie verder verspreiden over de omgeving. Sommige soorten kunnen zich daarbij erg dominant gaan gedragen. In het landschappelijke buitengebied zijn er nu tal van exoten die zich ontwikkeld hebben tot echte plaagsoorten. Denk aan de Reuzenberenklauw, waartegen op dit moment heuse bestrijdingscampagnes zijn. Ook exoten die nu nog niet goed lijken te kunnen standhouden in de Nederlandse natuur, kunnen dat in de toekomst mogelijk wel.

akkerdistel

Ongewenste herkomst

Veel zaaizaad dat op de Nederlandse markt wordt aangeboden is van buitenlandse herkomst, ook als het inheemse soorten betreft. Veelal komen deze vanuit Zuid of Oost Europa. Vaak zijn deze goedkoper dan zaad van autochtone herkomst. Deze planten hebben echter andere genetische eigenschappen, en ze kunnen kruisen met de “autochtone” exemplaren. Het autochtone zaad is veel beter aangepast aan de Nederlandse natuurlijke omstandigheden en daardoor ecologisch gezien veel waardevoller. Van oa. bomen en struiken is bekend dat er van verschillende soorten nog slechts 5% van de gehele Nederlandse populatie bestaat uit autochtone exemplaren, en dat die restpopulaties bedreigd worden door verdere uitbreiding van de “uitheemsen”. Vermoed wordt dat dat in meerdere of mindere mate ook voor de kruiden geldt.

Er zijn ook tal van inheemse soorten op de markt verkrijgbaar, die op zichzelf wel inheems zijn, maar worden aangeboden in een aparte kweekvorm. Andere kleurvariëteiten of met “gevulde” bloemen. Verdere verspreiding van deze aparte vormen en eventuele kruisingen met de oorspronkelijke populaties zijn uiteraard ook nadelig.

Kraailook

Opnieuw zaaien

Pas als het beheer langere tijd goed op orde is en blijkt dat veel gewenste soorten niet vanzelf terug keren, kan overwogen worden om inheems zaad van buitenaf in te brengen. Daarbij zijn er verschillende methoden: 

  • Het opbrengen van maaisel uit een gelijksoortig biotoop uit de directe omgeving. Voordeel is dat waarschijnlijk de passende soorten mee uitgezaaid worden. Nadeel is dat er wat extra maaisel achter blijft, waardoor de bodem weer iets voedselrijker wordt. Daarom kan deze maatregel het beste slechts één of enkele keren toegepast worden, mogelijk ook slechts een klein deel van de oppervlakte.
  • Het uitzaaien van inheems en autochtoon zaaizaad. Daarbij kan dit geoogst zijn uit lokale bronpopulaties, of aangekocht bij een bedrijf die de juiste criteria voor de teelt van het zaad toepast. Biologisch geteeld zaad heeft dan een groot voordeel, want als zaad met insecticiden behandeld zijn kan kunnen insecten die later deze planten bezoeken daar last van hebben. De hieronder genoemde bedrijven produceren het zaad biologisch. Autochtoon zaad is duur. Vuistregel hierbij is: liever minder zaad van goede kwaliteit dan veel van slechte kwaliteit. Hieronder wordt wat informatie gegeven over beheer aspecten en het gebruik van het autochtone zaaizaad.
Sint jans kruid

Aanschaf zaad

Er zijn enkele bedrijven in Nederland die ecologisch verantwoord inheems zaaizaad verkopen:

Deze bedrijven bieden een grote hoeveelheid mengsels aan, bv mengsels voor een voedselrijke kleigrond of speciale bijenmengsels. Let op: in diverse mengsels zitten toch ook nog uitheemse soorten. Daarnaast bieden ze ook soorten los te koop aan, zodat iedereen zijn eigen pakket zelf kan samenstellen.

Er blijkt veel vraag te zijn naar zaadmengels die in Zeeland bruikbaar zijn. Hieronder geven we een heel korte lijst van soorten, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen droge en vochtige groeiomstandigheden. Uiteraard zijn veel meer soorten bruikbaar, in principe spelen alle inheemse plantensoorten wel een of andere rol voor insecten.

Knautiabij

Droge en vochtige omstandigheden

 

Plantensoort

Droog

Vochtig/nat

boerenwormkruid

x

 

duizendblad

x

 

engelwortel

 

x

fluitenkruid

x

 

gewone ereprijs

x

 

gewone rolklaver

x

 

groot streepzaad

x

 

grote kattenstaart

 

x

grote ratelaar

x

 

grote wederik

 

x

heelblaadjes

x

 

moerasandoorn

 

x

moerasrolklaver

 

x

peen

x

 

rode klaver

x

 

scherpe boterbloem

x

 

smeerwortel

x

 

veldlathyrus

x

 

vingerhoedskruid

x

 

vogelwikke

x

 

watermunt

 

x

witte klaver

x

 

wolfspoot

 

x

Beheer

Het spreekt haast voor zich dat het gebruik van kunstmest of chemische bestrijdingsmiddelen een negatief effect heeft op de biodiversiteit. Bovendien stimuleert bemesting vooral de groei van ruigere groeiers, de minder groeikrachtige bloeiende planten worden dan sneller weggedrukt. Blijvende bloemrijke elementen met een langjarig, natuurgericht beheer hebben de hoogste natuurwaarde, terwijl het beheer daarvan relatief efficiënt is. Bij gebruik van zaadmengsels die voornamelijk bestaan uit meerjarige soorten, kan het vervolg beheer bestaan uit het periodiek (bv. 1 of 2x/jaar) maaien en afvoeren van de vegetatie. Ook mengsels die voornamelijk bestaan uit eenjarige en/of tweejarige soorten kunnen gebruikt worden. Dat betekent echter dat zulke bloemvelden/randen jaarlijks of om het jaar opnieuw bewerkt en ingezaaid moeten worden. Omdat dat laatste veel meer werk betekent is het handig om het grootste deel van het beschikbare terrein te beheren als een meerjarig bloemenveld, en een kleiner deel met één of tweejarige soorten.

Als het goed is, kan na het inzaaien door een goed vervolgbeheer de bloemenrijkdom in stand gehouden worden. Wanneer na enkele jaren de grassen of ruigere soorten dominant gaan worden, kan het maaibeheer geïntensiveerd worden en de maaidata vervroegd.

Na enkele jaren zal blijken welke van de ingezaaide soorten het goed doen, en welke al snel weer verdwijnen. Het heeft geen zin om soorten die het niet goed doen te blijven uitzaaien. 

Kruiden voor vlinders

Veel gestelde vragen

Om bomen en struiken een zo groot mogelijke kans te geven om te gaan groeien, is het belangrijk om ze op een goede manier te planten of te bewaren. 100 % garantie kunnen we nooit geven, het zijn immers levende producten. De meeste kans op goede en gezonde bomen en struiken is door er voor te zorgen dat ze een goede start krijgen.  

Meer informatie

Gebruik van zaaizaad om een bloemrijke flora te verkrijgen en om insecten als vlinders en bijen te bevoordelen is populair en wint steeds meer terrein. Daarbij wordt de ingeschatte positieve bijdrage wel eens overdreven. Alsof het zaaien altijd garant staat voor het bevorderen van biodiversiteit. Inderdaad zijn er situaties waar het gebruik van bloemenzaad een heel goed resultaat heeft.Toch zijn er aan het inzetten van gebiedsvreemd zaaizaad ook flinke risico’s en nadelen. Daarom is het goed om, voordat de keuze wordt gemaakt om ergens zaaizaad in te brengen, eerst rekening te houden met deze aspecten. We proberen hieronder eerst een aantal van de risico’s en randvoorwaarden te beschrijven, waarna een overzicht gegeven wordt van de mogelijkheden van het gebruik van het zaaizaad.

Meer informatie

Het herstellen van Zeeuwse boerderij is niet altijd makkelijk. Oude technieken en materialen zijn niet overal verkrijgbaar. Met deze publicatie hoopt Stichting Landschapsbeheer Zeeland (SLZ) een bijdrage te leveren aan het behoud van ons erfgoed en daarmee aan het behoud van de identiteit van de diverse regio’s in Zeeland.Hoe metsel ik een vervallen regenput op, wat is het recept voor nieuwe voegen, waarmee moet ik het hout van mijn schuur behandelen, hoe maak ik een nieuwe mendeur. Antwoord hierop vind je in de gids 'De kleine historische elementen in Zeeland'. 'Een gids voor instandhouding en herstel'. Door middel van talrijke foto's en tekeningen biedt deze gids handvatten, technische tips en zet vele adviezen bij elkaar.

Meer informatie