Kleine bosjes

Verspreid in Zeeland vinden we kleine bosjes. In het Zeeuws­-Vlaamse zandgebied en in de binnenduinranden wordt het landschap gekenmerkt door veel beplantingselementen, waaronder kleine bosjes. In het open polderlandschap vinden we diverse kleine bosjes vaak van jongere datum. Meestal zijn dit terreintjes met een landhuis (de oude landgoedregeling) of populierenbosjes van 1 tot 5 ha. 

Ondergroei in bosje langs open bosrand.JPG

Biodiversiteit verhogen

Veel van dit soort bosjes bestaan uit een beperkt aantal soorten. Door een eenzijdige soortkeuze (b.v. populier of naaldhout) en gebrek aan onderhoud hebben ze zich vaak ontwikkeld tot een saai stakenbos. Er is weinig variatie in de beplanting en de bosstructuur, waardoor hun betekenis voor flora en fauna beperkt is. Soms hebben invasieve soorten zelfs de overhand gekregen. Ook voor bewoners en recreanten zijn deze bosjes niet erg aantrekkelijk.

Eigenaren van een klein bosje kunnen een plan laten maken om de biodiversiteit van hun bosje te vergroten. Er wordt dan gekeken naar toestand en de potentie van het bos. Planten en dieren worden geïnventariseerd, grondsoort en landschappelijke ligging in kaart gebracht. Voorstellen voor verbetering van de natuur- en landschappelijke waarden van het bos worden beschreven en opgenomen in een meerjarenplan van aanpak. De voorgestelde maatregelen kunnen worden uitgevoerd door vrijwilligersgroepen, bedrijven of de eigenaar zelf.

jong bos met dicht opeen staande bomen

Algemene werkzaamheden

De werkzaamheden zijn gericht op het versterken van de landschappelijke, recreatieve en ecologische betekenis van de beplanting door het ontwikkelen van een gevarieerde bosmantel/zoomvegetatie en variatie in de structuur van het bos (open en dicht, licht en donker, nat en droog, jong en oud etc.)

Dit kan worden onder meer worden bereikt door:

  • het creëren van open plekken; de struiklaag en kruidlaag worden hierdoor gestimuleerd en er komen meer verschillende leeftijden bomen en struiken in het bos
  • het maken van takkenhopen en takkenrillen; het zorgen voor meer staand en liggend dood hout. Hiermee wordt schuil- nestgelegenheid en blijft de kringloop in stand
  • het uitvoeren van een onregelmatige dunning; dit heeft eveneens tot doel om meer variatie (leeftijd en soorten) in het bomenbestand te krijgen en de struiklaag en kruidlaag te stimuleren

Specifieke maatregelen

Bosrandbeheer
Om een gevarieerde bosmantel te vormen worden de boomvormers in de randzone over een breedte van gemiddeld zes meter grotendeels verwijderd, de struikvormers blijven staan. De bosrand wordt golvend aangelegd, variërend van drie tot tien meter breed. Het vrijkomende hout wordt ter plekke verwerkt op rillen in het bos. De bomen in de bosrand worden dicht bij de grond afgezaagd; ook kunnen ze worden ‘gelipt’ of omgetrokken. Indien nodig kunnen er extra bloem- en besdragende struiken in de bosrand worden aangeplant.

Het doel is het maken van een mooie bosmantel en zoomvegetatie met een geleidelijke overgang van kruid- naar boomlaag. Deze overgangen zijn zeer aantrekkelijk voor planten en dieren. Ze leveren bovendien een mooi beeld op: in de zomer rijk bloeiend met veel insecten en in de herfst vol bessen en druk bezocht door de vogels.

Toekomstbomen vrijstellen 
Toekomstbomen zijn bomen die we graag in het bos willen behouden en daarom de kans geven een mooie kroon te vormen en breed uit te groeien. Hiervoor worden de (concurrerende) bomen binnen een straal van drie meter verwijderd. Ze kunnen ook worden geringd als dit met het oog op de veiligheid mogelijk is. In de tweede fase (na ongeveer tien jaar) wordt een tweede cirkel bomen rond de toekomst verwijderd of geringd. Het vrijkomende hout kan ter plekke worden verwerkt; het stamhout eventueel uitgesleept.

Open plekken
Het maken van open plekken in het bos heeft alleen zin als er hierdoor voldoende licht op de bosbodem kan komen. Daarom moet de oppervlakte van de open plek dient minimaal 100 m2 te zijn. Alle bomen worden verwijderd; eventuele struiken kunnen blijven staan. Bomen worden omgezaagd (mag op verschillende hoogtes, dicht bij de grond en iets hoger). In de rand kunnen de bomen eventueel ook worden geringd. Het vrijkomende hout kan worden verwerkt in takkenrillen.

Extra maatregelen

Afhankelijk van het type bos en het plan dat samen met de eigenaar wordt opgesteld kunnen ook andere maatregelen worden uitgevoerd bijvoorbeeld:

  • het aanleggen van nieuwe paden of verbeteren van bestaande paden
  • het maken van zichtlijnen
  • aanpassen van het vegetatiebeheer
  • knotten van bomen
  • het graven van een poel, flauwer maken van een oever etc.
  • plaatsen van voorzieningen als bankjes, informatieborden etc.
  • het poten van stinzen, aanplanten van fruitbomen of solitaire bomen
  • het creëren van veilige ‘speelaanleidingen’ (geen speeltoestellen maar omgevallen bomen, touwen etc. waar kinderen mee spelen)
Golvende bosrand met Gelderse roos

Meedoen

Iedereen die een bosje heeft of wil aanleggen, kan aan het project deelnemen. Een afspraak maken hiervoor kan via het contactformulier

Speenkruid-Ranunculus ficaria - SLZ

Kosten

Het is op voorhand lastig te zeggen wat een bosplan exact gaat kosten. De grootte van het perceel en de wensen van de eigenaar zijn daarin bepalend. Tijdens het eerste  bezoek kan de medewerker van SLZ daar meer duidelijkheid in verschaffen. Voor bosjes waarvoor meer dan twee dagen nodig zijn voor het maken van het plan wordt een offerte opgesteld.

Abonnement

Om de continuïteit te waarborgen kunnen eigenaren een abonnement afsluiten waarbij er in ieder geval één maal in de twee jaar een SLZ medewerker langskomt bij de boseigenaren. De kosten voor dit abonnement bedragen 50 euro per jaar.