Indien je na aankoop niet direct kunt of wilt planten hou dan rekening met het volgende. Wanneer wortels van bomen of struiken in plastic zakken zitten, kunnen ze maximaal 5 dagen bewaard worden. Zijn de wortels bloot”, dan moeten de wortels met enigszins vochtige, “losse” grond bedekt worden op een windvrije, droge plek. Dit kan door een greppel te graven, waarin bomen en struiken direct naast elkaar neergezet worden. Daarna wordt de greppel weer dichtgegooid en de wortels bedekt, met losse grond en niet te veel kluiten. Dit noemt men “inkuilen”. Het beste is om ze zo snel mogelijk op de definitieve plek te planten. Verwijder dan wel de plastic zak of gaas.

opslag plantmateriaal

De grootte van het plantgat is afhankelijk van de omvang van de wortelkluit. Een gat van 0,75 x 0.75 en 0,50 m diep is vaak voldoende. De grond zo weinig mogelijk verspreiden, want deze is later nodig om het gat te vullen.

 

Plantgat bomen

Zet de boom tussen de palen, spreid de wortels uit. Het is het handigste dat één persoon de boom vasthoudt en de andere de kuil dicht maakt(zie voorkant folder). Zorg dat de boom recht en niet te diep staat. Tijdens het dichtgooien wordt de boom enige keren op-en-neer geschud. Hierdoor komt de grond goed tussen de wortels te zitten. Gebruik zoveel mogelijk fijne grond. En gooi geen grote kluiten of puin in het plantgat.

Wanneer het plantgat half gevuld is,kan de grond licht aangestampt worden. Vul hierna het plantgat en zorg dat de grond in het plantgat iets hoger komt te liggen dan de omringende grond. De losse grond zal nog inklinken. Dit is om te voorkomen dat er later een kuil ontstaat. Let op: vele bomen zijn geënt. Hou de entknobbel (onder aan de stam), 5 cm boven de grond. D.w.z. plant hem even diep als dat de boom op de kwekerij heeft gestaan, meestal te zien aan de verkleuring onderaan de stam.

palen bij bomen planten

Steek met een spade een gat uit waar de wortels ruim in kunnen: 20 x 20 x 20 cm is vaak voldoende. Ook hier weer zorgen dat de grond na het planten gemakkelijk in het gat teruggegooid kan worden, zonder al te grote kluiten. Om een goed sluitende haag te krijgen zijn 3 à 4 planten per strekkende meter nodig en is het zinvol om de struik 1/3 terug te snoeien.

Bij de aanplant is het plantmateriaal ongeveer 50-100 cm lang. Zwaarder plantmateriaal is duurder en geeft meer risico op dood gaan. Plaats de struik in het plantgat en spreid de wortels zo goed mogelijk. Vul het gat vullen met fijne grond, licht aanstampen en zorgen dat de struik recht komt te staan.

Plantgat struiken

Verwijder alle kaartjes, touwtjes en lintjes die aan de bomen of struiken bevestigd zijn! Deze kunnen na verloop van tijd namelijk wonden veroorzaken. Het is handig om een plattegrondje te maken met alle namen van de bomen. Komt de boom in een wei te staan waar je ook vee hebt, gebruik dan een boomkorf of raster de bomen uit. Meer hierover kun je lezen in de folder “Beschermen van bomen en struiken”.

De eerste jaren na het planten moet je diverse punten regelmatig controleren:

  • Schuurt de boom niet tegen de paal of het gaas?
  • Zit de boomband niet te strak of juist te los, staat de paal nog vast?
  • Treedt er geen vochtgebrek op tijdens het eerste groeiseizoen?
    (zonodig elke week een paar emmers water geven).
  • Maakt de boom waterlot aan de stam (verwijder dit).

Waar mag je planten?
Om te planten heb je toestemming nodig van de eigenaar van de grond. Vanaf 50 cm vanaf de erfgrens mag je struiken planten. Bomen moeten minimaal 2 meter van de erfgrens komen te staan. Waterschappen hebben andere regels voor het planten op of in de buurt van dijken, wegen en waterlopen. Neem voor aanplant contact op met het Waterschap in de betreffende regio.

Wat mag je planten?
In principe alles, maar het verdient aanbeveling om zoveel mogelijk inheemse en streekeigen soorten aan te planten. Deze zijn landschappelijk interessant en waardevol voor de natuur. Streekeigen bomen en struiken zijn te verkrijgen bij door SLZ goedgekeurde leveranciers. Klik hieronder voor meer informatie.

boom planten