Landschapsbeheer Zeeland

Drinkput

Voor veel dieren zijn drinkputten, of ook wel poelen genoemd, een belangrijke plaats om te wonen, te schuilen, zich voort te planten of te overwinteren. Denk bijvoorbeeld aan salamanders, kikkers en allerlei insecten. Ook voor zoogdieren en vogels zijn drinkputten van belang als was- en drinkplaats.

Op welke plaats je een drinkput het beste kunt aanleggen en hoe je dat dan moet doen kun je in onze folder 'drinkputten' of in de brochure 'poelen' lezen.

Na het graven van een nieuwe drinkput vragen sommige eigenaren: wanneer kom je met de salamanders en de waterplanten. Het antwoord is altijd: deze komen vanzelf. Dit blijkt ook altijd het geval. Een poel is een relatief klein biotoop waarin natuurlijke processen zeer snel gaan. Iedere poel is uniek vanwege de ligging en het beheer. Waterplanten zijn bepalend voor het beeld van de poel. Vuulte of schoon is een wijd begrip. Wat voor de een vuulte is voor de ander onmisbaar of uniek en andersom.

Binnen 24 uur leven in je put

Binnen 24 uur leven in je put

Het is verbazingwekkend hoe snel planten en dieren de nieuwe drinkput weten te vinden. Waterkevers zijn goede vliegers en kunnen reeds na 1 nacht in de drinkput zwemmen. Andere dieren zijn iets minder mobiel, maar in het eerste voorjaar na de aanleg zijn toch de eerste salamanders, padden en kikkers te verwachten (indien er populaties binnen een kilometer aanwezig zijn). Het is dus nergens voor nodig om met dieren te slepen. De kans om ongewenste (uitheemse) soorten in te voeren is heel groot. Eenmaal in het water zijn deze er niet meer uit te krijgen. Dit is ook met waterplanten het geval.

De ontwikkeling van de vegetatie is afhankelijk van de uitgangsituatie en het beheer. In drinkputten die gevoed worden door regenwater komen andere soorten voor dan in drinkputten die gevoed worden door grondwater. Ook het bodemsubstraat (zand, klei, veen), hoeveelheid zon en de diepte van de put zijn bepalend. Bij drinkputten in een weiland waarin vee graast, zal het vee de vegetatie op de oever kort houden. Met name runderen laten hun ontlasting in het water vallen en dit levert voedselrijk water op. Ook blijft bij een te intensieve begrazing de oeverbegroeiing veel te kort waardoor er geen uitsluip mogelijkheden en dekking is voor onder andere libellen.

Dichtgroeien put

Dichtgroeien put

Bij drinkputten waar geen begrazing is kan de verlanding snel gaan. Oeverplanten als riet, grote lisdodde en zaailingen van wilgen en zwarte els zijn binnen enkele jaren aanwezig en kunnen de drinkput  overgroeien. Dit is te voorkomen door deze soorten stelselmatig te bestrijden. Het handmatig uittrekken is het meest efficiënt. Indien dit niet meer mogelijk is dan dien je de vegetatie in het groeizoen meerdere keren te maaien. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen is vanwege het kwetsbare waterleven uit den boze. 

Andere pioniersoorten in het waterdeel van de poel zijn wieren en algen. In pas gegraven drinkputten op voedselrijke grond kunnen de eerste jaren massaal draadalgen aanwezig zijn. Deze zorgen voor een grote ondoordringbare brei. In een periode van warm en zonnig weer groeit de hoeveelheid zeer snel uit. In koudere periodes sterft het af en zakt naar de bodem. Bij het eventueel verwijderen van de algen dient men zeer zorgvuldig te werk te gaan. Bij het verwijderen van de algen worden ook dieren uit de poel gehaald.

Na verloop van tijd wordt de hoeveelheid draadalgen vanzelf minder (als er geen extra voedingstoffen aan het water toegevoegd worden). Een soortgroep die veel lijkt op de draadalgen zijn de kranswieren. Deze zijn een indicator voor een goede waterkwaliteit. Ze zijn ook het talrijkst in pas gegraven of net uitgebaggerde drinkputten. Andere soorten komen later in de drinkput: waterranonkel, waterpest, schedefonteinkruid en hoornblad zijn de meest algemene soorten is Zeeland. Ze zijn erg nuttig voor de waterdieren. Ze leveren zuurstof, schuilmogelijkheden en voedsel op. Op de waterranonkel na zijn de bloemen nu niet echt bijzonder om te zien.

Sommige mensen gaan voor de wat fraaier bloeiende soorten naar een tuincentrum. Meestal betreft het soorten die hier van nature niet groeien. Deze soorten kunnen enorm gaan woekeren. Het wordt dan voor de natuur en de beheerders van wateren echt een ramp als de mensen deze mooie plantjes uitzetten op andere locaties. Dan kunnen waterlopen dicht groeien en wordt de natuurlijke vegetatie weg geconcurreerd. Het in toom houden van deze fraai bloeiende vuulte brengt zeer veel werk en kosten met zich mee. Wat voor de een Schône struke is, kan voor de ander een vervelende vuulte zijn!

Projecten